Hoewel ik alweer reikhalzend uitkijk naar het voorjaar, heb ik stiekem heel erg genoten van het afgelopen winterse weer. Dit keer niet een paar vlokken dat het straatbeeld een modderig aanzien gaf, maar een serieus pak sneeuw en ijs. Heerlijk!
Al glibberend over de dijk hier, heb ik die dagen regelmatig teruggedacht aan mijn oude plakky. Ouwe Syl zal er met het prachtige torentje van de Julianakerk, de Piip en de bomen aan het prachtige straatje hebben uitgezien, als een prent van Anton Pieck. Ik stelde me voor dat ik langs het Laayster vaartje liep. De moestuintjes ernaast onder een dik pak sneeuw met slechts de boerenkool die nog herkenbaar was… De windturbines in nevel verscholen, op punten beschenen door de vroege ochtendzon… de frisse ochtendwind die maakte dat je net wat dieper in je jas kroop… het voetbalveld van VV Ouwe Syl dat door betrokken dorpsbewoners tot schaatsbaan was omgetoverd…ik denk er met plezier en dankbaarheid aan terug... Met serieus winters weer raakt een land als Nederland direct ontregeld; enorme files op de snelwegen. Treinverkeer dat stilvalt. Een piek op de Eerste Hulp-afdelingen door valpartijen met botbreuken. Ons land, wij, zijn niet ingesteld op winters weer dat dwingt tot vertraging. Maar juist in die vertraging zag ik iets moois ontstaan: verbinding. Op de lokale fb-pagina’s talloze vragen naar sleetjes en schaatsen. Er werd gedeeld waar het gaaf sleeën was. Foto’s van winterpret; van sneeuwengelen en sneeuwpoppen die groot en klein samen maakten. Van sneeuwiglo’s. Van rode wangen en natte neuzen, sneeuwballengevechten. Van hondjes die zich moeizaam een weg baanden door de sneeuw, omdat het ze tot de oren kwam… ik werd er blij van. Even had ik het Ouwe Sylster-gevoel. Het leek wel of de kou ervoor zorgde dat mensen ontdooiden; ze zochten elkaar op. Maakten spontaan praatjes op straat... geweldig! Een maagdelijk pak sneeuw heeft voor mij iets magisch. ’t Is alsof het overal de scherpe kantjes vanaf haalt. Geluiden worden gedempt. Zelfs het licht van straatlantaarns oogt warmer…
Uiteraard heb ik ook geplonsd toen het zo koud was. Wat een belevenis! Eerst glibberend over zo’n 800 meter naar de plonsplek. Giechelend in mijzelf om ‘het avontuur’ dat ik aanging, zoals Koen de Jong van Sportrusten dat ongetwijfeld zou hebben genoemd. Vanaf de waterkant eerst een windstille plek opgezocht. En gekeken waar ’t ijs het dunste was. Ik heb me een weg gebaand. Met handen en voeten, letterlijk, het ijs gebroken. Alsof ik me in een immens groot whiskyglas bevond met ijsblokjes die rond gewalst werden. Nu drinkt een echte whiskyliefhebber het goud zonder ijs, maar dat terzijde ; ) Het geluid dat het brekende ijs gaf, de tintelingen in mijn lijf gaven een euforisch gevoel. Ik voelde tot in mijn haarwortels dat ik leefde… niet uit te leggen zo bijzonder! Drie minuten gelukzaligheid. Toen ben ik eruit gegaan. Verbaasd keek ik naar mijn benen. Ze waren vuurrood. Het ijs had links en rechts lelijke schrammen en krassen achtergelaten. Met later nog beste blauwe plekken. Niets van gevoeld. Ik lachte erom. Het is nog lang geen rokjes-weer, dus die benen hebben alle tijd om bij te trekken… Ik blijf het wonderlijk vinden hoe mijn beleving van kou veranderd is. En wat het mij gebracht heeft en nog brengt. Kou brengt mij meer in verbinding met mijn lichaam, met voelen. En voor mij als denker, een heuse hoofdbewoner, is dat een must. Voelen wat er van binnen leeft, voorkomt dat wat niet gevoeld wordt, zich vastzet in het lichaam en voor klachten zorgt. Zo waardevol! Je kunt niemand dwingen dit te ondervinden, maar ik gun eenieder de ervaring. Het helpt mij op het pad van overleven naar leven. En om meer in het NU te zijn. Alles heeft zijn tijd en plaats. De periode van sneeuw was voor mij een ‘meditatief moment’. Een tijd om zelf verplicht pas op de plaats te maken en te vertragen. Met een “sorry” aan eenieder die serieus hinder, last of schade door het winterse weer heeft ondervonden: er is er in elk geval één die er ontzettend van genoten heeft. En die nu geduldig wacht op het voorjaar; op de eerste zonnestralen en het prille groen
Sanne Verhoef