Ons lichaam is ‘n wonderlijk, ingenieus systeem. We moeten eten om ‘t van brandstof te voorzien; een combinatie van koolhydraten, proteïnen en vetten. Plus vitaminen, mineralen en sporenelementen. Essentiële vet- en aminozuren. Water levert weliswaar geen energie, maar is nodig als oplos- en transportmiddel en om de temperatuur en biochemische processen in ons lichaam te regelen.
Wie gezond en bewust leeft, zal hier vaker bij stilstaan en er bij ‘t bereiden van maaltijden rekening mee houden. Met een Indonesische vader en half Indonesische moeder echter, ben ik met een heel andere relatie tot eten opgegroeid. Van sport en muziek is bekend dat deze verbinden.
Met mijn roots kan ik zeggen dat eten dat ook doet; ontbijt, lunch en avondeten zijn momenten van samenzijn. Tijdstippen om de dingen van de dag te delen. Lief en leed. Wie op bezoek kwam, uitgenodigd of spontaan, kon altijd blijven eten. Dat was thuis zo, maar ook bij opa en oma waar ik even heb gewoond. ‘k Wist niet beter. Met mijn eerste vriendje realiseerde ik me dat dit geen vanzelfsprekendheid is. Hij kwam uit een gezin van vier waar altijd voor vier werd gekookt. Aanschuiven kon alleen op uitnodiging vooraf. Hoe anders ging dat thuis. Mijn moeder had een enorme vriezer waar ze altijd allerlei zelfgemaakt lekkers uit wist te toveren, zoals loempia’s en pangsit. Extra eters waren zodoende nooit een probleem. Sterker nog: hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
Eten associeer ik daarom vooral met gezelligheid, met ‘samen’… Thuis was ‘t vaste prik dat je met je verjaardag mocht kiezen wat je wilde eten. Voor mij was ‘t altijd Tahoe ketoprak, ‘n heerlijke maaltijd bestaande uit gebakken tahoe, met boontjes in plaats van kool, taugé, gekookt ei, ‘n pittig ketjapsausje, gefruite uitjes en kroepoek. Hoewel ‘t een vegetarisch gerecht is, vind ik ‘t ook lekker om er pittige kippenvleugels bij te eten.
Mijn ene broer wisselde jaarlijks van keuze. ‘t Ene jaar at hij Soto ajam, een Indonesische kippensoep met allerlei lekkers. En ‘t jaar daarop macaroni uit de oven met extra veel kaas. Mijn jongste broertje wilde altijd ribbetjes op z’n Indonesisch. En mijn zusje patat met kip en appelmoes... mijn opa en oma van moeders kant vierden hun verjaardag altijd gezamenlijk op 5 augustus, op de verjaardag van mijn oma. De hele familie, zo’n 60 man, kwam dan. ’t Was een drukte van jewelste. Er werd volop gekletst, gelachen, gesnoept en veel gegeten.
Met z’n allen deden we ons tegoed aan de rijsttafel die oma dan altijd kookte. Dagen stond ze in de keuken om alles klaar te maken. Niks uit pakjes of zakjes. Altijd alles vers. Hoofd- en bijgerechten. Witte rijst, gele rijst en kleefrijst. Meerdere groentegerechten en ei-variaties. En vooral ook vis, garnalen en vlees; oma’s befaamde vers geroosterde saté. In een dubbele koelkast in de schuur, werden deze vóór bereiding eerst een nacht in de marinade gezet. ‘t Water loopt mij in de mond als ik eraan denk.
De inspanning die oma leverde om voor de hele familie te koken, stond in geen verhouding tot de tijd waarbinnen alles werd verorberd. Maar er was geen gelukkiger mens dan oma die kookte voor haar clan.
Van kleins af aan tot ik zo’n jaar of 14 was, bracht ik die dag mevrouw Van der Schraaf, een hoogbejaarde vriendin van oma, altijd een maaltijd in een ‘rantang’; een systeem van stapelbare pannetjes. Voor de grote invasie had oma al allerlei lekkers veiliggesteld door haar. En ik herinner me nog de blik van mevrouw Van der Schraaf bij ‘t inspecteren van alle heerlijkheden. Haar ogen glansden. En haar broze handen pakten altijd de mijne, waarbij ze een bedankje mompelde met “zo lief ja”… ze was zo’n schat…
Verlekkerde blikken ook op de kinderboerderij waar ik de volgende ochtend met wat nichtjes en m’n neefje de overgebleven blokjes kleefrijst aan een Chinees hangbuikzwijn en geitjes voerde. Of ‘t verantwoord voer was voor de beestjes, weet ik niet. Maar lekker vonden ze ’t wel…
Zucht… met alle herinneringen aan gezelligheid en lekker eten krijg ik spontaan zin in ‘n salade Wad garnaaltjes, ’n Piipskoft of Aukes Kippie…
Sanne Verhoef